Home » Werkondernemerschap: een persoonlijk avontuur

Werkondernemerschap: een persoonlijk avontuur

Soms heb je een jas die zo goed past dat je er geen afstand van kan nemen. De rits hapert, een lelijke winkelhaak in de mouw, vlekken. Maar ja, hij zit zo lekker. Dat is de eerste metafoor die bij mij naar boven komt wanneer ik denk aan mijn loopbaan bij de publieke omroep.

Via een bevriende connectie was ik terechtgekomen op de televisieredactie van een primetime kijkcijferkanon. Mijn werkervaring was nog niet heel uitgebreid. Ik was productie-assistent geweest bij een theatergezelschap en kreeg daarna een job als regelneef bij een tv-producent met een voorliefde voor tv-programma’s met een filosofische inslag. Bij deze landelijke omroep begon ik onderaan de ladder, als productie-assistent. Dat houdt in dat je alle voorkomende klussen oppakt. Ervaring was geen vereiste. Ik boekte cameraploegen, beantwoordde de telefoon, sjouwde statieven en voerde administratieve taken uit. Al gauw kreeg ik meer verantwoordelijkheden en taken. Het was duidelijk dat ik meer in mijn mars had. Een uitzendcontract voor een paar weken werd omgezet in een contract voor bepaalde tijd en al gauw zette ik mijn handtekening onder een vast dienstverband.

werkondernemer

Het louter regelen van praktische zaken beviel na een jaar of acht steeds minder. Met een achtergrond als gesjeesde student geschiedenis lonkte de inhoud. De eindredacteur honoreerde mijn verzoek en liet me op proefbasis redactiewerk verrichten. Dát was waar ik naar op zoek was: inhoudelijke gesprekken voeren met allerhande mensen en research verrichten op ingewikkelde dossiers. Ik kreeg de titel redacteur en mocht verhalen gaan maken. In voorgesprekken vertrouwden mensen mij de meest intieme details toe. Mijn taak was om op een integere wijze met deze informatie om te gaan en zorg te dragen dat het verhaal op een heldere en oprechte wijze op de televisie terecht kwam. Een spannende en succesvolle koorddans. Het programma bereikte record kijkcijfers en ontving een prestigieuze televisieprijs.

Maar het begon te kriebelen. Televisie maken is inhoud leveren binnen een strak format. Buiten de lijntjes kleuren is niet de bedoeling. Mijn creativiteit kon ik niet de vrije loop laten. Het werk begon routinematig te worden. Uitstapjes naar andere programma’s brachten niet de voldoening waar ik naar op zoek was. Sterker nog; ik begon een antipathie te krijgen tegen de oprukkende commerciële inslag van de publieke omroep. Meer op effect en emoties, minder op de inhoud. Daar voelde ik me niet meer thuis. De vraag ‘wat dan?’ begon als een donkere wolk boven mijn hoofd te hangen. Waar zou ik mijn talenten in kunnen zetten? Wat waren eigenlijk mijn talenten? Had ik überhaupt wel talenten? Durfde ik op zoek te gaan naar ander werk? Langzamerhand begon ik te geloven dat ik levenslang veroordeeld was tot redactiewerk bij de omroep. Dat besloeg immers een imposante 16 jaar van mijn cv.

Een reorganisatie zorgde voor veel onrust. Deze crisis legde mijn pijnpunten bloot. De koek was op, eigenlijk al een paar jaar. Ik nam een rigoureuze beslissing: ik moest weg. Daar stond ik na een paar maanden op straat, zonder concreet plan of baan in het vooruitzicht. Maar de opluchting was groot. Een ding wist ik wél: dit avontuur ga ik niet redden zonder hulptroepen. In het verleden had ik al eens een kort loopbaantraject mogen doen. Het was een wonderlijke ervaring om eens stil te staan bij je carrière, je talenten en ambities. Hele wezenlijke zaken waar je normaal gesproken aan voorbij rent. Dat smaakte naar meer, en zeker in de situatie waar ik in was beland. Na een oriënterend gesprek begon ik aan mijn loopbaanbegeleiding met Eddie Gerritsen van het gelijknamige bureau.

Tot mijn verrassing waren het hele brede en persoonlijke gesprekken. Natuurlijk waren er de gebruikelijke vragenlijsten en beroepskeuze oriëntaties. Uit die onderzoeken kwamen de kernwoorden ‘communicatie, creatief en uitdagend’ naar voren. En schrijven, ik wilde absoluut meer doen met taal. Maar tot je recht komen in een baan voert verder dan competenties en een ronkend curriculum vitae. Voor het eerst in mijn leven ging ik

gestructureerd nadenken over mijn drijfveren, ambities, talenten en waarden. Een holistische aanpak zou je kunnen zeggen. De gesprekken waren soms behoorlijk confronterend. Het idee om de boer op te moeten zorgde voor lichte paniek. Het idee van jezelf ‘verkopen’ gaf al klamme handjes. Ik ben iemand die graag op de achtergrond is en het niet hoog van de toren blaast. Laat staan dat je jezelf actief in de spotlights zet om duidelijk te maken wie je bent en wat je kunt.

Het zoeken naar nieuw werk was een veelkoppig monster geworden waarbij ik mij regelmatig afvroeg of ik de strijd aan zou kunnen. Veel gesprekken gingen dan ook over het hanteren van deze angsten. Het ombuigen van negatieve gedachten naar een productieve modus. Regelmatig zei ik tegen Eddie wat ik allemaal ‘moest’. Ik vond dat ik me niet zo moest aanstellen en gewoon een netwerkgesprek moest gaan voeren. Een even simpel als belangrijk inzicht was dat het niet ‘moet’ maar dat het interessanter is te kijken naar je intrinsieke motivatie, naar wat je ‘wilt’. Zelf het stuur in handen nemen is verrekte spannend. Niemand anders gaat bijsturen, remmen of gas geven. Alles wat je doet doe je zélf. En mijn overtuiging was dat ik alleen maar een rokend wrak langs de kant van de weg zou achterlaten.

Een zoektocht van bijna een jaar volgde. Regelmatig spraken Eddie en ik af om mijn avonturen en onderzoek op de arbeidsmarkt te evalueren. De methode die hij mij aanreikte was het ‘werkondernemerschap’. Niet passief wachten op de perfecte vacature, maar het werk naar je toe trekken of zelfs creëren. Ik oogste wisselend succes. De eerste netwerkgesprekken voelden bijzonder ongemakkelijk. Tegelijkertijd was het stimulerend om te ervaren dat vrijwel iedereen openstaat voor een gesprek en wil helpen waar mogelijk. Een ding was mij inmiddels wel duidelijk: ‘koud solliciteren’ heeft weinig zin. En de onderzoeken staan aan mijn kant; de meest mensen vinden een baan via hun netwerk. Maar ja, hoe zet je je netwerk in? Al gauw ontdekte ik dat het werkt om die connectie te vragen om je ergens te introduceren. Zo zat ik ineens aan tafel bij een organisatie waar ik normaliter nooit uitgenodigd was. Het was voor mij een volledig nieuwe ervaring om zo te ‘ondernemen’.

Ineens was daar een vacature bij een bedrijf waar ik intuïtief op aansloeg. Ze creëerden tentoonstellingen in binnen- en buitenland en zochten iemand die de inhoud kon ontwikkelen. Een vriendelijke afwijzing volgde. Maar wél een geïnteresseerde afwijzing. Of ze mijn gegevens mochten bewaren voor je weet maar nooit. Ik had een interessante achtergrond. Eddie adviseerde om aan te sturen op een kennismakingsgesprek. En dat deed ik, maar opnieuw ving ik bot. Geen tijd, geen aanleiding. Bel maar eens terug in het nieuwe jaar. Ook het nieuwe jaar bracht geen verandering in de situatie. Maar een paar weken na mijn telefoontje kwam alsnog de vraag voor een kennismakingsgesprek. Er waren ‘ontwikkelingen’ binnen het bedrijf. Mijn gesprekken verliepen succesvol. Ik had dankzij mijn coachingtraject een duidelijk verhaal over wie ik ben, wat ik kan en ambieer. Maar het is niet alleen een verhaal, het is inmiddels een persoonlijke overtuiging. Dat vertrouwen in mijn kunnen vertaalde zich in een ongekend interessante baan. Ik was aangenomen. Het voelde absoluut als een sprong in het diepe, maar ik bleek uitstekend te kunnen zwemmen. En ja, ik had veel te bieden buiten de wereld van de televisie. Dat was bij deze bevestigd.