Buitenbeentjes en geluk

‘Je hebt me een paar moeilijke dagen bezorgd Willem. Na de vorige workshop was ik echt een paar dagen van slag. Ja, ik heb wel gewoon doorgewerkt en niemand iets laten merken, maar toch….’

Ik schrik. Wat kan hij bedoelen, wat is er gebeurd? Manuel zit tegenover me, hij kijkt me heel scherp aan door zijn wat vierkante brilglazen, maar heel oprecht. Hij heeft een zacht-vriendelijke blik, geheel niet bedreigend.

‘Het ging over het woord gelukkig, je vroeg ons naar onze meest positieve ervaring, onze meest gelukkige ervaring op te schrijven. Dat kon ik totaal niet. Ik kan me geen gelukkig moment in mijn leven herinneren. En al die dagen heb ik er over nagedacht en nog altijd kan ik geen moment van geluk vinden’.

Er gaat een steek door mijn lijf, waar precies weet ik niet. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Wat nu, hoe moet ik nu reageren? En als zo vaak helpt het om even (of wat langer) niks te zeggen.

‘Ik ken wel momenten waar ik tevreden over ben, dingen die ik heb gedaan, ervaringen op vakantie enzovoort. Maar gelukkig, nee dat kan ik me niet herinneren’.

We krijgen een gesprek over de woorden, de semantiek. Gelukkig, tevreden, wat is het verschil? Blij, oké. Ik ontdek een serie van woorden die een steeds intensere beleving uitdrukken: oké – tevreden - blij – gelukkig. Interessante nuanceverschillen.

Ineens zegt Manuel: ‘Ja, ik weet het nu, ik heb het gevonden. Vroeger toen ik in de Achterhoek woonde, aan de rand van het dorp. Toen ging ik op zondagmorgen om 5 uur met de hond naar het natuurgebied vlak buiten het dorp. Daar aan de plas ging ik zitten, in de modder soms (hij glimlacht achter zijn brillenglazen), de stilte, de opkomende zon, de dag die begint, daar was ik gelukkig’. Hij kijkt heel even triomfantelijk, er is een fase voorbij. Geen zorg meer over het gebrek aan geluk. Yes!

zon meer

Er bij horen

Hij had mij zijn levensverhaal al in een vorig gesprek verteld. Dramatisch was het: in zijn tweede levensjaar waren bij een brand ’s nachts drie zusjes en zijn moeder om het leven gekomen. Twee jaar was hij en hij herinnert zich niets van die gebeurtenis. Hij was twee. Hij en drie andere broertjes en zusjes werden gered. En zijn vader. Die heeft dit trauma niet aangekund. Toen Manuel 12 jaar was overleed zijn vader aan de gevolgen van overmatig drankgebruik.

Hoe kun je dit verwerken? Het maakte dat Manuel zijn leven lang worstelde met thema’s als: ‘mag ik er wel zijn?’, ‘ik moet heel hard werken en mag niet gelukkig zijn’, ‘ik moet mijn best doen en bescheiden zijn’. Natuurlijk, lange tijd in therapie.

Hij heeft een goede loopbaan. Werkt hard, meer dan wat er wordt verwacht, zegt geen nee. En neemt dus meer werk op zich dan gezond is. Voor hem is dit normaal. Naast zijn fulltimebaan heeft hij nog een bedrijfje met een collega waarvoor hij ’s avonds een paar uur en ook in het weekend werkt. Hij moet zijn best doen. Met zijn vrouw heeft hij de afspraak om ’s avonds om 10 uur te stoppen en samen nog een film of serie te kijken.

Buitenbeentjes

Vaak kom ik in mijn werk buitenbeentjes tegen. Mensen die zich op één of andere manier anders voelen, die anders zijn en/of geen aansluiting voelen bij ‘de mainstream’. Niet conventioneel zijn, maar er soms (erg) naar verlangen. Een gevoel dat we allemaal kennen, maar niet permanent mee rondlopen. Maar buitenbeentjes zijn interessant. Ze hebben allemaal iets bijzonders ontwikkeld. Zelf had ik best lang last van een vorm van Introversion. Pas later leerde ik de kracht daarvan in te zien en dat juist tot mijn toegevoegde waarde te maken. Een blinde kan vaak extreem goed luisteren, een autist vaak bijzonder goed getallen doorzien. Manuel is extreem toegewijd aan wat hij doet, extreem mild geworden. Groots! Heerlijk om niet gewoon te zijn.