Core business: de zoektocht naar ik

Loopbaanadviseurs en coaches besteden veel aandacht aan het zoeken naar de ware identiteit van de cliënt. Uit onderzoek blijkt ook dat er relatief veel aandacht wordt gegeven aan de vraag: wie ben ik? En minder aan ‘wat kan ik?’ of ‘wat is voor mij in mijn situatie haalbaar?’. Sommige vakgenoten gaan zo ver dat als je weet wat je diepste missie of purpose is, dat je dan je bestemming en betekenis hebt gevonden. Is het wel zinvol om zo uitgebreid bezig te zijn met de vraag ‘wie ben ik en wat is mijn missie?’

tempel aangepast

Wie ben ik?

Volgens psychologen (zie Paul Verhaeghe in Identiteit 2012) is identiteit een construct dat erg afhankelijk is van plaats en tijd. Ja, zelfs een ideologisch construct dat wendbaar is en sterk wordt beïnvloed door het tijdperk waarin je leeft. Als ik met mijn genen in de negentiende eeuw was geboren was ik een ander iemand.

Identiteit bestaat alleen maar in de relatie tot de ander. Onze omgeving maakt wie wij zijn en wie we worden. Dat begint al als baby: de reacties van onze opvoeders vormen voor een groot deel wie we worden.

We kunnen meerdere identiteiten aannemen. Op het werk kunnen we heel anders zijn dan wanneer we samen met geliefden of vrienden zijn. Als we naar het buitenland gaan kunnen we gedrag vertonen dat we in Nederland niet zouden laten zien.

Volgens Ben Tiggelaar (in zijn column in NRC van 7 september) kun je je identiteit veranderen door je voor te stellen hoe je wilt zijn: stel je voor dat je in een volgende baan meer invloed wil uitoefenen, hoe ziet dat er dan uit? Begin dan met het oefenen van dat gedrag. Als je weet wat je wilt ga je het geleidelijk ook doen.

In de kern?

Maar is dit niet de buitenkant? Bestaat er naast het waarneembare gedrag dat laat zien hoe je bent en de invloed van je omgeving niet een kern van nature, een diepere laag waarvan je voelt dat die er is? Een dimensie die een ander niet kan waarnemen en die de persoon alleen zelf voelt, of liever ervaart? En is dat niet de bron van je bestaan? Moet je die kennen en opsporen? En word je dan gelukkig?

Een goede vriendin met wie ik hier over sprak zei: ‘Wat mij bezighoudt is het ‘herkennen’. Je gaat door het leven en op sommige plekken raken dingen je omdat je iets herkent. Iemand verwoordt iets op een manier die je raakt, iemand beeldt uit in welke vorm dan ook en je voelt verbinding. We zijn dus eigenlijk een atoom met een vaak onzichtbaar netwerk van connecties, een streng moleculen, die vastkleven en soms weer splitsen. Dat geheel is je identiteit van dat moment.

En ik?

Ik neem waar dat er mensen zijn die goed zijn in zelfreflectie en mensen die daar niet mee bezig zijn en/of het niet kunnen. Mensen voor wie het leven een zoektocht is naar het ik en mensen die zeggen: ‘waar maak je je druk om?’. Mensen die zeggen: ‘ik besta, dus daar moet ik het mee doen’ en mensen die steeds zich afvragen ‘waarom besta ik en wie ben ik?’

Zelf zie ik het leven als een groeiproces, een ontwikkeling die we tussen geboorte en dood meemaken. We gaan door vele fases: baby, peuter, kleuter, kind, puber, adolescent, jong volwassene, volwassene en rijpe persoon. In de ‘vierde levensfase’ groeien we naar het moment dat we het leven loslaten. In elke fase zoeken we naar balans om te kunnen groeien. We creëren balans door te eten, drinken en slapen en onze energie te richten op ervaringen en leren. Zodra we dingen beheersen willen we verder. Als dat niet vanzelf gaat, kunnen we een lichte of diepere crisis ervaren. Dan komt vaak de vraag naar boven van ‘wie ben ik nou en wat wil ik nou?’.

Rond de leeftijd van 16 tot 18 jaar worden we fysiek volwassen. We zoeken een eigen identiteit om het leven in te gaan. Maar we hebben nog vele meters of vlieguren nodig om te ‘worden wie we zijn’. Ik noem dat de groei naar mentale volwassenheid.

Maar wat is dat? Volwassenheid is weten wie je wilt zijn in je privéleven (relaties, gezin of niet, omgaan met liefde en vriendschap), weten wie je wilt zijn in je werk (professie, stevigheid in competenties en het vermogen om dat vorm te geven) en weten wie je wilt zijn buiten privé en werk: in de buurt, in het dorp of de stad, in de wereld en in Nederland (actief of niet in verenigingen, gezamenlijke belangen, betrokken bij bepaalde doelgroepen, geloof, sport enz). En op deze gebieden heb je behoorlijk de regie in handen.

Dus door je levensfases gaan, met vallen en opstaan. Lekker groeien met veel of weinig nadenken en voelen wie je bent. En als je dan 50 bent: dan weet je dat zo ongeveer. Soms eerder. Dan begin je wijs te worden en verandert de vraag ‘wie ben ik’ in ‘voor wie kan ik iets betekenen?’

De oude Grieken zeiden het al: Ken uzelve!