64 jaar: will you still need me?

Soms doet mijn leeftijd me weinig. Vorig jaar was ik 63 en daar hield ik me helemaal niet mee bezig. Andere dingen aan mijn hoofd. Sinds begin dit jaar ben ik 64 en dat getal houdt me maar vast. Bijna elke dag gaat het liedje van de Beatles door me heen, When I’m Sixty-Four. ‘Will you still need me, will you still feed me, when I’m sixty-four’. Heb je me nog nodig als ik kaal ben, als ik ’s nachts te laat thuiskom? Wil je me dan nog?

kastanjeboom aangepast

Het liedje gaat over de geliefde, maar je kunt het ook toepassen op je werk en op de wereld. Wie zit er nog op mij te wachten? Heb ik nog iets te vertellen? Ben ik nog geïnspireerd in mijn werk? Wie wil er een 64-jarige coach of adviseur, waarom niet iemand van 30 of 40?

Mijn zus is net gepensioneerd na een loopbaan bij een grote gemeente. Zij heeft de laatste jaren op haar tandvlees doorgewerkt, zich volkomen onderbenut gevoeld. Een veel jongere leidinggevende die alle interessante projecten aan de jongere generatie uitdeelde. Jaargesprekken waren niet meer nodig, hoewel steeds beloofd. Bored out. Ervaringskennis wordt niet eens ingewonnen. Ze zag steeds wielen opnieuw uitgevonden. Een 65-jarige beleidsadviseur krijgt te horen dat hij “te duur is geworden”. Een 58 jarige projectleider wordt tot demotie ‘gedwongen’, slikken of stikken.

En ik? Ik heb de mooiste fase in mijn loopbaan. Ik doe de dingen waar ik echt in geloof. Ik heb de inhoud zelf bedacht en eclectisch verzameld. Ik heb een eigen visie op loopbanen en duurzame inzetbaarheid. ‘Ja maar dat hebben toch zo veel mensen?’ Klopt, maar niemand heeft dezelfde als ik. Mijn projecten lopen goed en mijn evaluaties lopen verder op. Soms val ik om van verbazing.

Hoe moet ik dat verklaren?

Een paar dingen: na mijn 50e vond ik het niet meer belangrijk om goed of aardig gevonden te worden. Zelfacceptatie? Best wel laat, toch? Op mijn 54e lag ik op vakantie elke nacht wakker en besloot maar na te gaan denken en voelen over mijn 10 levenslessen. Dat gaf me heel veel inspiratie: weten waar ik echt in geloof. Geen algemeenheden of dingen uit boekjes, maar dat wat míjn leven mij had geleerd. Ik ging het ook aan andere 50-ers vragen en die werden ook geïnspireerd. Ik leerde: na je 50e moet je heel dicht bij jezelf blijven en uit jezelf putten, dan heb je iets unieks te vertellen. En sluipenderwijs ging ik alles wat ik meemaakte positief benoemen. Cruffiaans soms, kijkend naar het voordeel van een tegenslag, Ofmaniaans alles met een negatieve connotatie omzetten in een kwaliteit. Een zeurpiet kun je het beste maar complimenteren met zijn sterke vermogen om vast te houden aan iets. Mijn humeur werd alleen maar positiever en luchtiger. Gisteren zei nog iemand tegen me: ‘Jij denkt altijd alleen maar in mogelijkheden’. Het gaat vanzelf. Ik ben heel wat minder bezorgd geworden hoewel ik nog altijd goed de beren op de weg kan verzinnen die er nooit zullen staan. Maar dan lach ik mezelf uit en zeg tegen mezelf: ‘ha,ha, je doet het weer, goed bezig!’.

Vorig jaar overleed mijn vrouw. Ik was vol angsten over de toekomst. Alleen verder, na 40 jaar? Enzovoort. Maar naast gemis is het één groot avontuur: alle tijd voor mezelf, kunnen lummelen en niets, doen waar je zin in hebt, niets moet. Voelen hoe sterk en volwassen ik ben (geworden). Mag ook wel op mijn 64e.

Zaterdag stond er een overlijdensbericht in de krant van de dichter Tom van Deel. Er stond een kort gedicht bij dat me raakte:

‘Er is niets voor te stellen mooier dan

een vrouw die in het strijkend avondlicht

een tuin in loopt, het waait, het blad van

de kastanje gaat tekeer, ze zoekt naar

bloemen, snoeiend, alles als weleer.

Daar bukt ze, rustig buiten elke tijd,

verbonden met haar wereld, ook de mijne.

Ik zie het aan in dit moment en wens

dat ondanks ons verstrijken het beklijft’.

Het nieuwe pensioenakkoord brengt mijn AOW-leeftijd van 67 jaar en drie maanden naar 66 jaar en vier maanden. Ik schrik me rot: dat is nog maar één jaar en negen maanden. Ik voel me toch weer oud.